Freek BiesiotFreek Biesiot is vijfenveertig jaar decorontwerper geweest en heeft voor honderden programma’s decors ontworpen. De eerste dertig jaar is hij in dienst van de NTS/NOS/NOB en werkt hij aan grote showprogramma’s zoals De Mounties, experimentele programma’s zoals de musical Jona en later in zijn loopbaan richt hij zich op grote drama-producties zoals als In naam der Koningin en De zomer van ’45. Na 1997 werkt hij als freelance decorontwerper voor onder meer Toen was geluk heel gewoon. Biesiot zet zich bijzonder in voor het vak, dat blijkt onder meer uit het feit dat hij in 1975 verkozen wordt tot tot chef van de afdeling Decorontwerp (tot 1980) en zijn parttime docentschap artdirection aan de Nederlandse Film en Televisie Academie (1975 – 2000). Ten slotte neemt hij in 2013 het initiatief voor een historisch onderzoek naar het Nederlandse televisiedecor. Tegenwoordig is hij bezig zich te ontwikkelen als portretschilder.

EERSTE JAREN BIJ DE NTS

Na een studie grafisch ontwerp, typografie en fotografie aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag solliciteert Biesiot bij de NTS. In de wachtkamer vol met sollicitanten en een map voor grafisch werk onder zijn arm komt hij er pas achter dat het gaat om de functie van decorontwerper. Na een kleine proeftekening krijgt hij de functie aangeboden en wordt hij op 1 september 1965 verwacht op de Emmastraat 54 in Hilversum, waar de afdeling gehuisvest is. Veel tijd voor opleiding en scholing is er niet. Biesiot krijgt een aantal proefopdrachten waar hij perspectieftekeningen moet uitwerken tot plattegronden en vice versa. Zijn eerste opdracht is een tentoonstellingsontwerp voor de VARA.

Hoewel ontwerpers in principe inzetbaar moeten zijn voor alle programmasoorten, bestaat er een tweedeling tussen ontwerpers die voornamelijk drama en ontwerpers die voornamelijk amusement doen. Aankomend drama-ontwerpers beginnen vaak met kinderprogramma’s en aankomend amusement-ontwerpers krijgen eerst de actualiteitenrubrieken en praatprogramma’s voordat ze de grote shows voorgeschoteld krijgen. Biesiot ontwikkelt zich in de laatste richting.

In zijn decorontwerpen uit de jaren zestig en begin jaren zeventig is zijn grafische achtergrond en zijn interesse in geometrie goed terug te zien. Hij raakt bijvoorbeeld een periode in de ban van spiralen, spiegels of kubussen en gebruikt die vormenstudies als inspiratie voor decors. Soms wordt hij door een regisseur aangevraagd vanwege zijn stijl, maar soms is het eerder andersom en probeert hij een regisseur warm te krijgen voor zijn fascinatie van het moment. Zo ontwerpt hij uit simpele houten balkjes een serie abstracte patronen met de bedoeling dat die als achtergrond geprojecteerd worden bij het NTS journaal. Nieuwslezer Jan Gerritsen vindt het te veel afleiden, maar later in jongerenmagezine Fanclub zijn deze dia’s wel te zien.

SPEELTUIN

15184Naarmate Biesiot in zijn vak groeit, worden de opdrachten en regisseurs waar hij mee werkt steeds groter en bekender. Hij ontwerpt twee maal een decor voor het Nationaal Songfestival (1969 en 1970), werkt een aantal keer samen met Rob Touber (aan Tomorrows peopleRoosje zag een knaapje staan en de Gerard Cox show). De intensieve samenwerking met de bevlogen en getalenteerde regisseur werkt zeer inspirerend. Volgens Biesiot krijg je door hem “het gevoel om boven je eigen kunnen uit te stijgen”.

In de show van Touber, maar ook in de populairdere shows van bijvoorbeeld De Mounties en Lou van Burg, is veel ruimte voor vormexperimenten, gebruik van nieuwe materialen, bewegende onderdelen, fotografie, grafiek, lichteffecten en -projectie. De programmamakers en decorontwerpers hebben een nieuwe studio in Hilversum, een zeer grote afdeling decorbouw tot hun beschikking waar alles gemaakt kan worden, geld vormt nauwelijks een beperking en regisseurs worden nog niet gehinderd door kijkcijfers. Het is in Biesiots ogen een “fantastische speeltuin”.

De komst van kleurentelevisie eind jaren zestig voegt nog meer mogelijkheden toe aan die speeltuin. Met name het chroma-key effect inspireert een hele nieuwe beeldtaal (kinetische grafiek) die Biesiot, samen met regisseurs, beeld- en schakeltechnici verkent in experimentele programma’s zoals Jona: een musicalTwee clowns en een kubus en Prikkebeen (van Joes Odufré, Jan Venema en Hank Onrust).

Biesiot werkt mee aan de cursusen in Studio Santbergen, het opleidingsinstituut van de omroep, waar televisiemederwerkers leren werken met nieuwe schakeltechnieken en chroma-key. Hij is sinds begin jaren zeventig betrokken bij initiatieven om het ‘isolement’ van de afdeling te doorbreken, door kennisuitwisseling met internationale vakgenoten en aanverwante disciplines te bewerkstelligen. Zodoende wordt hij in 1973 vakgroepbegeleider Kwaliteit en Vakontwikkeling en zorgt hij ervoor dat de ontwerpgroep op de hoogte is van nieuwe vakmatige ontwikkelingen en aanwezig is op vakbeurzen zoals Exempla ’74.

Niet elk programma leent zich voor een streng grafische-geometrische vormgeving of ‘kinetische grafiek’. Voor Biesiot is het de uitdaging om ook voor deze programma’s met een spannend decorontwerp te komen. Dat ontwerpproces gaat niet altijd even makkelijk. Voor een serie shows met Nederlandstalige smartlappen, Liedjes van… gooit hij in wanhoop zijn schetsen in de lucht. Daarin ziet hij opeens een decor voor zich, en zo staan de Zangeres zonder Naam en Johnny Jordaan te zingen tussen levensgrote ‘vallende’ muziekbladen. Voor een show van Johnny Woodhouse ontwerpt hij een levensgroot rond poppenhuis met verschillende kamers (zelfs een toilet) op een draaischijf. Maar ook dat soort ouderwetse programma’s zorgen voor inspiratie. Zo ontwerpt Biesiot voor de shows van Barend Servet (Wim T. Schippers, VPRO) een anti-decor: mooi én lelijk tegelijk, vol met hindernissen en ‘moderne’ decoratieve clichés uit de jaren vijftig.

REVOLUTIE OP DE AFDELING DECORONTWERP

Terwijl het vak van decorontwerper door nieuwe technische mogelijkheden en kleurentelevisie zich razendsnel ontwikkelt, voelen de decorontwerpers zich steeds minder thuis binnen de NOS. Dat blijkt bijvoorbeeld al aan de manier waarop de decorontwerpers gehuisvest worden. In 1970 verhuizen ze naar een kantoortuin, een grote open ruimte boven het Decorcentrum, die ze delen met enkele andere administratieve afdelingen. De kantoortuin is lawaaiig en bovendien zijn de plekken met daglicht al ingenomen. Tussen de ontwerpers en de andere NOS-ers in de kantoortuin blijkt bovendien een groot cultuurverschil. De decorontwerpers kleden en gedragen zich nogal excentriek, Biesiot loopt bijvoorbeeld op blote voeten en houdt als een soort baldadige reactie op de inadequate huisvesting een aantal kippen in de kantoortuin. Daarnaast hebben de decorontwerpers grote mate van vrijheid om hun eigen werktijden in te delen, overleg met regisseurs is vaak zeer familiair en vindt thuis of in de kroeg plaats. Daartegenover staan een hoge werkdruk en veel verantwoordelijkheid, maar dat is voor andere NOS-ers niet zo zichtbaar.

Belangrijker dan het cultuurverschil tussen de ‘excentrieke kunstenaars’ en de ‘van 9 tot 5-ambtenaren’, is de groeiende onvrede over de reorganisaties en toenemende bureaucratisering. Sinds eind jaren zestig is de NOS bezig met reorganisaties die het doel hebben de processen die tijdens de explosieve groei van de jaren zestig zijn ontstaan beter te reguleren. Bij de decorontwerpers onstaat onvrede met het door organisatiebureau Bout ingevoerde ‘ringensysteem’. In dit systeem wordt de verantwoordlijkheid voor de productiegang gedeeld door een team. Maar de gedeelde verantwoordelijkheid leidt tot veel onduidelijkheid en vertraagt het productieproces. De decorontwerpers maken het eerst bezwaar tegen het ‘ringensysteem’ daarna volgen ook andere vakgroepen bij Decorbouw en de operationele medewerkers.

800px-LA1225-2-57_048

Biesiot wordt woordvoerder van de ontwerpgroep en eist meer inspraak in het reorganisatieproces. Na enkele verhitte vergaderingen begin 1974 voelt de manager van de Hoofdafdeling Ontwerp zich genoodzaakt zijn functie neer te leggen. Als een vervangend manager vanwege gezondeidsredenen terugtreedt, neemt Biesiot zijn taken over. Eind 1974 wordt Biesiot in een stemming verkozen als vakgroepbegeleider (chef) van de Afdeling Decorontwerp. De Afdeling Decorontwerp is daarmee de eerste (en enige) afdeling binnen de NOS met een democratisch gekozen chef. De ontwerpers hebben binnen het bedrijf een grotere mate van autonomie veroverd. Zo ontwikkelt Biesiot een eigen beoordelings- en honoreringssysteem voor de afdeling.

Als chef van de afdeling heeft Biesiot veel minder tijd om decors te ontwerpen. In plaats daarvan houdt hij zich onder meer bezig met de invoer van het nieuwe beoordelings- en honoreringssysteem; uitbreiding van de functiebeschrijvingen voor decorontwerpers met ‘artdirection’; deelname van de afdeling aan internationale beurzen, congressen en tentoonstellingen en detachering van decorontwerpers aan Nederlandse filmproducties. Hij zorgt ervoor dat ontwerpers op studiereis of opfrissingsverlof kunnen en zet zich in voor de sociale cohesie door het organiseren van afdelingsuitjes en -feesten. In 1976 organiseert hij samen met de Stichting Film en Wetenschap het International TV Design Colloquium ’76 waar Engelse, Ierse, Duitse, Belgische en Scandinavische collega’s discussiëren over hun experimentele producties.

Biesiot houdt zich als chef ook bezig met de nieuwe huisvesting van de afdeling in het hoofdgebouw op het Mediapark. Dit maal worden de eisen van de ontwerpers wel gehoord. De Hoofdafdeling Ontwerp zit na de verhuizing eindelijk weer bij elkaar (daarvoor zaten de afdelingen Decorontwerp, Maquettebouw en Grafisch ontwerp sinds 1970 verspreid over verschillende lokaties) en de afdeling beschikt over een eigen trucagestudio, doka, monsterkamer, vieuwingruimte, bibliotheek, bespreekruimtes en een lichtdrukkerij. Maar de vooruitgang stagneert, de roep vanuit sommige media over ‘de holle bolle NOS’ zijn het begin van het einde van de periode van ‘gouden bergen’. Eind jaren zeventig tekenen de plannen voor verzelfstandiging van het faciliare bedrijf en navenante reorganisaties zich af. Biesiot ziet daar tegenop en mist bovendien het ontwerpen. Op 1 januari 1980 degradeert hij op eigen verzoek terug tot decorontwerper.

ARTDIRECTION VOOR FILM EN DRAMASERIES

800px-LA1225-2-75_100In deze periode van zijn loopbaan legt Biesiot zich steeds meer toe op drama-series, zoals ArmoedeDe zomer van ’45Het wassende water en In naam der Koningin van Bram van Erkel. Het werk van een decorontwerper bij een dramaserie of een film verschilt aanzienlijk met het ontwerpen van een show in de studio. Drama-series worden vaak op film opgenomen en op lokatie gedraaid. Bij ingewikkelde actie-scenes, zoals een brand of overstroming, is een storyboard nodig. Vooral voor historische series als Armoede of Het wassende water is veel beeldonderzoek nodig, want de exterieurs en interieurs, gebruiksvoorwerpen en kleding moeten kloppen met de periode waarin het drama speelt. De decorontwerper die zich ook met deze zaken bezighoud is dus met meer bezig dan alleen een decorontwerp, zijn functie lijkt meer op de functie die in de filmindustrie aangeduid wordt als artidirector of zelfs production designer.

Voor deze NCRV-producties moet Biesiot veel reizen. Zo verblijft hij bij 32 graden onder nul in Canada aan de voet van de Rocky Mountains voor De zomer van ’45 en trotseert hij tropische stormen voor In naam der Koningin. Deze serie is de grootste productie waar Biesiot aan heeft gewerkt. Het verhaal speelt zich af in de 1890 in Nederlands Indie. Biesiot is geboren in Bandoeng en bracht de eerste jaren van zijn leven door in een interneringskamp, zodoende heeft hij ook een persoonlijke connectie met deze opdracht. Samen met Van Erkel scout hij lokaties op Sumatra en later op de Filippijnen. Biesiot bouwt daar een compleet dorp, een KNIL bivak (zo groot als twee voetbalvelden, met 16 huizen, meerdere barakken, een exercitie terrein, omheining en wachttoren), maakt situatieschetsen voor opnames in de jungle en storyboards voor een scene met brand. Hij geeft samen met tweede artdirector Marco Rooth op de Filippijnen leiding aan een crew van bouwers, kostuumontwerper, rekwisiteurs en decorateurs en dan nog een tweede crew voor de opnames in Nederland. Het opgebouwde kamp Lengkoedjoe wordt twee maal verwoest door een typhoon en opnieuw opgebouwd. De kranten in Nederland staan er vol van en er wordt een ‘Making of’ gemaakt (The making of In naam der Koningin) waarin Biesiot de bouw van het kamp laat zien en vertelt over de bijzondere rekwisieten die speciaal voor de serie gemaakt zijn.

Bij thuiskomst heeft Biesiot een functioneringsgesprek met de nieuwe Unit Manager. De Afdeling Decorontwerp is begin jaren negentig omgevormd tot een zelfstandig en commercieel bedrijf en van de decorontwerpers wordt verwacht dat zij minimaal anderhalf maal hun eigen bruto-jaarsalaris aan opdrachten binnenhalen. Maar, een drama-productie zoals In naam der Koningin kost nu eenmaal erg veel tijd en levert niet direct heel veel geld op. Biesiot legt zich niet neer bij de nieuwe situatie en in 1997 neemt hij afscheid van de voormalige afdeling decorontwerp.

LA1225-2-97_028

NEVENACTIVEITEN, FREELANCE WERK, THEATER EN FILM

Sinds 1975 geeft Biesiot les aan de Nederlandse Film- en Televisie Academie in Amsterdam. Hij geeft les in artdirection en zorgt ervoor dat het vak een aparte studierichting wordt bij de academie. Daarnaast werkt hij als artdirector aan enkele Nederlandse films, zoals Nitwits (Nicolai van der Heijde, 1987), Vroeger is dood (Ine Schenkkan, 1987), De avonden (Rudolf van den Berg, 1989) en De kleine blonde dood (Jean van de Velde, 1993). Ook ontwerpt hij een aantal theater-decors, zoals voor Separation (1989) en de musical Josephine (1991) en ontwerpt hij de renovatie van de Amsterdam Studio’s in Duivendrecht (de oude Cinetonestudio’s).

Na 1997 werkt Biesiot als freelance decoronwerper en artdirector nog aan een aantal televisieproducties, zoals de kinderserie Schudden tot het sneeuwt en de comedy Toen was geluk heel gewoon. Scenarioschrijver Sjoerd Pleijsier verzint daarvoor de vreemdste scenes: van de woestijn tot het Koninklijk paleis, waarbij Biesiot’s ervaring en vindingrijkheid flink op de proef worden gesteld. Als de serie in 2009 stopt, gaat Biesiot met pensioen.

De avonden

COLLECTIE FREEK BIESIOT BIJ BEELD EN GELUID

Biesiot’s archief met decorontwerpen, maquettes en ander programmamateriaal, alsmede een collectie decorfoto’s van de afdeling zijn in 2014 overgedragen aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. De stukken die betrekking hebben op film zijn ondergebracht bij filminstituut EYE. De schenking met decorontwerpen is de aanleiding en de basis voor een onderzoeksproject naar de geschiedenis van de afdeling decorontwerp tussen 1951 en 1991 (50 jaar tv-decor). Tekeningen en foto’s uit de collectie van Biesiot hier op deze persoonlijke website te zien onder het kopje ‘decorontwerp en artdirection’. In de Beeldengeluidwiki.nl is een oeuvrelijst en ook veel beeldmateriaal te zien. Naar aanleiding van de schenking is er een videointerview gemaakt waar ik samen met Wim T. Schippers terug kijk op de bijzondere decors voor Barend is weer bezig en Van Oekel’s Discohoek. Het filmpje en een dossier met foto’s en artikelen zijn te vinden via deze link: Dossier Freek Biesiot